De critici gewogen: wie is eigenzinnig en wie conformist?

Critics rated(klik op de figuur voor een vergroting)

De ene criticus is de andere niet

Wie de schrijvende pers over champagne volgt, zal wel hebben opgemerkt dat de verschillende critici erg anders kijken naar dezelfde champagnes en dezelfde producenten.

Volgens een onderzoekje dat ik uitvoerde, klopt die indruk ook. Na vergelijking van de scores of de aandacht voor meer dan 735 champagneproducenten, stelde ik vast dat sommige critici erg eigenzinnig te werk gaan, waar anderen zich eerder conformistisch opstellen.

In volgorde van oplopende conformiteit:

  • Gido Van Imschoot et al
  • Tim Hall (Scala Wine School)
  • Richard Juhlin
  • Peter Liem
  • Tom Stevenson (ed. Essi Avellan)
  • Gert Crum
  • Tyson Stelzer
  • Opus Vino
  • Michael Edwards

Vooral bij de niet-conformistische critici zijn de verschillen tussen onderlinge beoordeling soms heel groot.

Enkele voorbeelden tussen Stelzer en Juhlin:

  • Mumm krijgt bij Stelzer net een vernoeming zonder score, terwijl datzelfde huis bij Juhlin vier sterren waard is.
  • Emmanuel Brochet is voor Stelzer goed voor 8 punten op 10, voor Juhlin niet eens een vermelding waard (hoewel hij met bijna 560 producenten de uitgebreidste lijst heeft)
  • Juhlin kent aan verschillende producenten (David Léclapart, Marie-Noëlle Ledru, Leclerc-Briant, R&L Legras, J Lassalle) 4 sterren toe, wat ongemeen hoog is, terwijl Stelzer ze niet eens opnoemt in zijn overzicht van 93 toonaangevende producenten.

Tussen Tom Stevenson en Juhlin zien we hetzelfde fenomeen:

  • Lilbert is voor Juhlin een knappe vier sterren waard, bij Stevenson kan er voor diezelfde Lilbert amper een halve kolom tekst af en moet hij het stellen met een matige 86/100. De Sousa, ook een viersterrenproducent bij Juhlin, krijgt van Stevenson nog een punt minder (85), maar wél een uitgebreider artikel van 2 kolommen. Ook viersterrenproducent E Barnaut (Juhlin) krijgt 85 Stevensonpunten, maar dan wel slechts driekwart kolom. Roger Brun, nog eentje van vier Juhlinsterren, moet het stellen met nog minder waardering van Stevenson (83/100).
  • Brice, goed voor drie sterren bij Juhlin, krijgt geen punten van Stevenson en ternauwernood een kwart kolom. Paul Clouet, vier sterren bij Juhlin, krijgt een halve kolom en een strenge Stevensonscore van 82.
  • Georges Laval scoort bij Juhlin een armoeiïg sterretje, maar krijgt wel een prima waardering van Stevenson (88/100), wat hem op dezelfde hoogte brengt als Agrapart, Ayala, Gratien en Jacquesson. Die laatste krijgt echter het maximum van vijf Juhlinsterren.

Conclusie: pas goed op met het achternahollen van critici. De ene criticus is de andere niet, en wat goed is, dat proef je meestal zelf wel.

Methode

Voor dit onderzoek bekeek ik tien gezaghebbende bronnen die regelmatig champagne beoordelen en bespreken. Ik distilleerde uit hun beschrijvingen een score per champagneproducent (zie verder) en berekende een correlatiecoëfficiënt tussen de bronnen. Vervolgens berekende ik per bron de gemiddelde correlatie met de andere bronnen en herschaalde die naar een conformiteitsschaal van 0 (meest eigenzinnig) tot 100 (meest conformistisch).

Enkele gegevens:

  • Van de tien critici kunnen we er twee encyclopedisch noemen, in die zin dat ze de helft of meer van alle producenten (738) bespreken: Richard Juhlin (559) en Tom Stevenson (407).
  • Enkele critici zijn veel gelimiteerder in hun opzet (Van Imschoot et al: 15; Tim Hall: 48; Gert Crum 84)
  • Het gemiddelde aantal besproken producenten is 163.
  • De gemiddelde correlatie tussen de tien critici is 0,49. De hoogste is die tussen Peter Liem en Opus Vino (0,84), de laagste tussen Peter Liem en Gido Van Imschoot (0,26, mogelijk een artefact van het lage aantal besproken producenten, vooral bij Van Imschoot, en ook van het andere opzet van dit boek).

Gebruikte berekeningen:

  • Waar critici een scoresysteem hebben in de vorm van punten of sterren, gebruikte ik die gegevens. Dit is het geval bij Richard Juhlin (sterren), Tom Stevenson (punten op 100) en Tyson Stelzer. .
  • Waar critici niet zo een systeem hebben, bekeek ik de plaats die ze spenderen aan een producent. De veronderstelling is dat belangrijke producenten in de ogen van de criticus meer plaats toegewezen krijgen. Dit is het geval bij Michael Edwards, Opus Vino en Gert Crum.
  • Bij Stevenson krijgen een honderdtal van de 407 producenten geen score, daarom berekende ik voor Stevenson een globale score die ook rekening houdt met de bestede ruimte.
  • Voor één boek was het opzet duidelijk om de layout te laten primeren (Van Imschoot et al). Hier keek ik gewoon naar het feit of een producent vermeld wordt of niet.
  • Voor de beide bronnen die enkel op internet terug te vinden zijn (Peter Liem en Tim Hall) keek ik ook enkel naar het feit of ze een producent al dan niet in de selectie opnemen. De aanname is dat een schrijver sneller over in zijn ogen belangrijke producenten zal spreken.

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Helemaal gek van bubbels