Onze man zwemt in champagne

Onze man zwemt in champagne, jammer genoeg niet in champagnekennis

Reactie op Serge Simonart – Humo, 30 december 2014

Als ambassadeur voel ik me geroepen om de Champagnestreek te verdedigen wanneer ze onder vuur ligt. Toch is dat niet de reden dat ik dit artikeltje schrijf. Want in de Humo-bijdrage “Onze man zwemt in champagne” van Serge Simonart, over een interview met Luc Dickens, worden soms de juiste problemen aangekaart: namelijk dat er te veel ondermaatse champagne op de markt komt. Alleen: de inhoud van het artikel is van een zodanig bedroevend niveau, dat absoluut niet aangetoond wordt wat dringend aan opklaring toe is.

Ik groepeer mijn commentaren thematisch. Het leeuwendeel gaat over de kwaliteit van champagne, maar er worden ook geschiedkundige blunders begaan, aantoonbare fouten gemaakt wat betreft de bescherming en de uitbreiding van de aop Champagne, en tenslotte zijn er een resem kleinere foutjes (en dan heb ik het niet over de kanjer van een dt-fout op blz 27)

Over de geschiedenis

“Dom Pérignon die de champagne uitvond, camoufleerde met suiker en bruis”
De bijdrage van Dom Pierre Pérignon aan de Champagne zijn enorm: hij ontdekte het belang van de assemblage, ontwierp een methode om van blauwe druiven witte wijn te maken, herontdekte het gebruik van natuurkurk als afsluiter voor de fles en gebruikte het toen nieuwere, sterkere Engelse glas voor de flessen.

Maar als er één ding is wat Dom Pérignon niet gedaan heeft, is het wel de champagne uitgevonden. Integendeel. Hij heeft zijn hele leven geprobeerd om de mousse die ontstond in de wijn, te vermijden maar is daar nooit helemaal in geslaagd. Het is pas later, na het werk van Pasteur, dat men is gaan begrijpen waarom zich mousse in de wijn ontwikkelde en dat men het proces ook beter is gaan beheersen.

Over de bescherming en de uitbreiding van de aop

“De recente plotse vergroting van de champagnestreek”
“De buurman is nu wel competent”
“Reden: aanbod vergroten voor wereldmarkt”
“Bureaus die niets anders doen dan controleren of er niemand aan hun centjes zit”

De “plotse” vergroting van de champagnestreek is nog geen feit, zoals in het artikel gesuggereerd wordt, al liggen de krijtlijnen wel vast: een veertigtal dorpen krijgen het recht zich Champagne te noemen, twee dorpen verliezen hun status. Dat laatste is ongetwijfeld een zoenoffer.

Laat ons wel wezen: de uitbreiding van de champagnestreek heeft een commerciële reden. Bijna waardeloze landbouwgrond wordt in één klap een miljoen tot twee miljoen euro per hectare waard.

Maar men gaat daarbij niet over één nacht ijs. Om te beginnen is een uitgebreide studie verricht over welke gronden in aanmerking komen en welke niet. Het gaat daarbij altijd om percelen die historisch, voor de druifluis toesloeg, champagne produceerden. Bovendien is de stelregel dat ze wat betreft kwaliteit van het terroir de evenknie moeten zijn van percelen die nu al champagne produceren. Het gaat dus niet over de competentie van mensen, zoals de tekst van het artikel stelt, maar over de geschiktheid van de grond.

Met een stijgende vraag naar schuimwijn wereldwijd lijkt het logisch dat Champagne dus zijn productie wil uitbreiden om zo aan die vraag te voldoen. Maar is dat wel zo? Met een beetje gezond verstand en wat feitenkennis valt dat argument gemakkelijk te ontkrachten: als de Chinese consumptie van omzeggens nul flessen champagne per persoon per jaar zou stijgen naar één glas per jaar per persoon, dan zou men drie dergelijke uitbreidingen nodig hebben alleen al om aan die vraag te voldoen.

De Champenois zijn misschien wel commerçanten, maar zeker geen uilen. Dat hebben ze dus ook gesnapt. De strategie die de regio als geheel volgt, is dan ook geen kwantitatieve, maar een kwalitatieve (value strategy). Dat uit zich onder meer in het invoeren van biologische principes (streefdoel: 100% biologische wijnbouw), maar ook in bij voorbeeld de aanvraag om erkend te worden als Unesco-werelderfgoed, wat een belangrijk imagovoordeel kan opleveren.

Dat ze hun imago ten allen prijze beschermen, kun je alleen maar logisch vinden. Stel, dat ik morgen een rode auto bouw en die Ferrari noem, wat denk je dat er zal gebeuren? Of stel dat ik mijn hele leven als slager hard gewerkt heb om het merk “Keurslager Van den Brande” lokaal op de kaart te zetten, hoe zou ik reageren als ik de discounter om de hoek binnenstap en daar mijn merk op voorverpakte hamburgers zie staan?

Er wordt duidelijk verwezen naar de wereldwijde champagnebureaus van het CIVC (Comité Interprofessionel du Vin de Champagne). Zij spelen inderdaad een controlerende rol, en gaan daar soms ver in. Te ver? In het geval van het Zwitserse dorpje dat Champagne heet, wel. In veel andere gevallen niet. Het is altijd een rechtbank die over zulke geschillen oordeelt, en vaak in het voordeel van Champagne.

De champagnebureaus houden zich overigens met positievere zaken bezig dan de controle op het gebruik van de naam “champagne”: het organiseren van de wedstrijd Ambassadeur du Champagne, bijvoorbeeld. Maar dat terzijde.

Over de kwaliteit van champagne

“Technisch gemanipuleerde overschotjes”
“Meerderheid van de wijnen die als champagne verkocht worden, zijn niet correct”
“Veuve Clicquot verminderd in kwaliteit tegenover 30 jaar geleden, veredeld suikerwater”
“Drinkbare aperitiefchampagne van kleine wijnhuizen voor 20 euro”
“Champagne is niet houdbaar”
“Fijnere mousse is betere champagne”

Maar de kritiek ten gronde gaat natuurlijk over de kwaliteit van het product.
Als dhr Dickens het heeft over technisch gemanipuleerde overschotjes dan bedoelt hij ongetwijfeld het gebruik van taillewijnen (afkomstig van het druivensap dat na de eerste persing verkregen wordt, de zogenaamde cuvée). Ik hoop alleszins dat hij dat bedoelt, en niet dat champagne gemaakt wordt van druivenrestjes die van waar dan ook afkomstig zijn. Integendeel: het is nu net in veel andere delen van de wereld het geval dat men de overschot van het druivenmateriaal gebruikt om schuimwijn te maken, maar dat leidt bijna nooit tot drinkbare producten. De druiven die in Champagne groeien, zijn voor (bijna) 100% bestemd om champagne te maken en worden ook op die manier geteeld.

De taille dus. Op een perslading druiven van 4000kg wordt 2050 liter cuvée geperst, het beste sap dus. Daarna volgt nog 500 liter taille. Strikt geregeld. De taille wordt vaak verkocht om eenvoudige champagnes mee te maken (genre: €9,99 in de supermarkt), maar wordt ook gebruikt om champagne te maken die snel op dronk moet zijn.

Er is dus meer dan vier keer zoveel cuvée als taille beschikbaar. Hoe dit te rijmen valt met de stelling dat de meerderheid van de champagnes gemaakt wordt van “overschotjes” is mij een raadsel.

Vriend en vijand zijn het erover eens, dat de Veuve Clicquot Carte Jaune die je vandaag koopt, beter is dan die van dertig jaar geleden. Natuurlijk moet je in staat zijn om kwaliteit te beoordelen. Dat doe je beter niet aan de grootte van de belletjes, want dat heeft niets met kwaliteit te maken (wat wel een rol speelt? Hoeveelheid opgelost koolzuurgas, temperatuur, en het glas).

Vervolgens worden er, hoe kan het ook anders, de kleine wijnboeren bij gehaald die een véél beter product hebben dan de grote huizen en dat nog eens tegen een lagere prijs. Van de enkele duizenden champagneboeren zijn er inderdaad een tweehonderdtal die een zeer goed product hebben. Zij hebben langzamerhand de technische kennis, installaties en voorraad reservewijnen opgebouwd waardoor ze kwalitatief kunnen concurreren met de grote huizen (de prijzen zijn er dan vaak ook naar).
Jammer genoeg zijn er nogal wat van die kleine sympathieke boertjes van het type “récoltant-coopérateur”. De druiven worden aan de coöperatie geleverd, de boer krijgt een aantal flessen terug en voorziet ze van een eigen etiket. Coop-soep: in één straat tien verschillende etiketten met tien dezelfde wijnen. Klaag dat eens aan.

Of als je het bon ton vindt om de grote huizen te bekritiseren, waarom schrijf je dan niet over het kopen van flessen “sur lattes”? Ja meneer, de taille wordt verkocht! (en nadien als champagne terug ingekocht, van ons duur label voorzien en verkocht aan de prijs van het premiumproduct).

Vele wijnvrienden hebben me op het hart gedrukt dat ik me hierover niet mag opwinden. Het is Humo maar, het is negatieve energie… Toch vond ik dat ik dit moest schrijven, want ik krijg het ongetwijfeld van vele kanten te horen de volgende weken: “hebt ge dat gelezen in Humo?”. Ja ik heb het gelezen. En hebt ge mijn antwoord erop al gelezen? Alstublieft.

Tip voor Humo

Een tip voor Humo: het is perfect normaal dat je als journalist niet elk onderwerp tot in de finesses beheerst. Maar een journalist moet wel de kunst verstaan, een gesprekspartner te kiezen die van het onderwerp wél op de hoogte is. Als ik nog eens in de Schone van Boskoop dineer, zal ik het zeker nalaten de wijnkeuze aan de sommelier over te dragen. Tenzij het me duidelijk zou worden, dat de journalist eenvoudigweg niet begrepen heeft wat de geïnterviewde gezegd heeft. Dat kan ook, natuurlijk.

Kleinere foutjes

Belgen zijn proportioneel de grootste champagnedrinkers: dat horen we graag, maar het klopt niet. Zelfs wanneer we per jaar 5 miljoen flessen in de koffer van onze wagens zouden gaan halen, komen we nog maar aan de helft van de consumptie van de thuismarkt. De Fransen drinken ongeveer 2,7 flessen per persoon per jaar, wij geraken aan maximaal 1,5. En ook de Luxemburgers drinken proportioneel meer champagne dan wij.
47 miljoen belletjes per fles: een factor twee ernaast. Volgens de autoriteit ter zake, Gerard Ligier-Belair, zijn het er ongeveer 100 miljoen;
Fruitige geur: champagne van goede kwaliteit wordt gekenmerkt door complexiteit. Primaire (fruitige), secundaire en tertiare aroma’s zijn samen aanwezig. Men stuurt zelfs bewust weg van fruitige aroma’s, onder andere door de gisting van de basiswijnen op hogere temperatuur te laten verlopen.
Verschillende druivensoorten: volgens mij maar eentje: Vitis vinifera. Maar wel hoofdzakelijk van drie grote variëteiten: pinot noir, pinot meunier en chardonnay.
Bij sabreren verlies je een derde van de flesinhoud: bij kamertemperatuur misschien wel, maar indien correct uitgevoerd, verlies je nauwelijks vloeistof.
“Vieille vigne” van Bollinger: er wordt gedoeld op “Vieille Vignes Françaises”. Dat zijn niet noodzakelijk oude wijnstokken. De naam komt van de “oude” manier waarop de stokken geteeld worden, namelijk zonder onderstok, “à la Française”, op Franse wijze. Het kenmerkt de etiketdrinker dat hij dit niet weet.

Een gedachte over “Onze man zwemt in champagne”

  1. Dank je, Peter,
    Dank je, dat je met je antwoord een poging onderneemt de wereld te verlossen van middelmatigheid, vooroordeel en ronduit onkunde.
    Er is inderdaad veel Champagne bocht op de markt, maar het blijft champagne. Dit is een fact of life waar ook jij niet onderuit kan. Je mag dan nog zo goed je best doen, maar daar waar geld mee te verdienen is, zal er altijd wel geldzucht zijn ook.
    En daar sta je dan als kleine Vlaamse wijnboer, je rug aan het kromwerken om een goed product te maken, zonder coöperatieves, vinologen waarop je kan beroep doen, (met uitzondering van enkele charlatans die wederom graag een easy buck willen mee scharrelen,), je staat er alleen voor, doet je best, door zelfstudie, consultancy bij bevriende wijnboeren, en eenmaal je die leerperiode hebt doorzwommen, moet je proberen je product op zijn integriteit en originaliteit te verkopen. Zelfs al zou je (volledig hypothetisch) de beste schuimwijn ter wereld maken, dan ben je voor de Champagneboeren nog altijd maar een schuimwijnmaker. Je kan beter je hart en je ziel verkopen aan de duivel en meezeulen met de champagne trend. Wat is er nu verkeerd aan een fruitige wijn? Als dat is wat de maker nastreeft, wie is wie dan om hier over een kwalitatief oordeel over te vormen?
    Wellicht zal ik verschillende types ‘schuimwijn’ moeten maken, vooraleer ik een heel klein en select groepje kan overtuigen dat ook hier best wel interessante wijnen kunnen gemaakt worden en er niet denigrerend over gedaan wordt. En als je dan nog eens durft je nek uitsteken door innovatief en origineel uit de hoek te komen, wordt je helemaal de grond ingeboord. (cfr je artikel wijnronde 2014)
    Feit is dat je als Vlaamse wijnboer een enorme motivatie moet hebben. Je moet een traditioneel ingestelde wijnwereld overtuigen (niet gemakkelijk en wellicht nooit te realiseren) , je moet een prijsbewust publiek overtuigen een duit meer uit te geven voor een product die artisanaal gemaakt wordt. En dan kies je een derde optie. Een specifiek product voor een heel nauw bepaalde doelgroep die met verve overtuigt is van je product. Maar ook dan wordt je met een scheef oog bekeken.
    Weet dat hier de keuze snel gemaakt was.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Helemaal gek van bubbels